Voortgang

Wonen

Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
In 2015 is de inhoudelijke basis gelegd voor de woonvisie. Deze visie is een product van de gemeente Rotterdam en heeft mede vorm gekregen door een brede maatschappelijke consultatie. Volgens planning zal de gemeenteraad de woonvisie in het voorjaar van 2016 vaststellen.
De behoefte aan een nieuwe woonvisie is meerledig. De geldende woonvisie dateert van 2003, overigens met een tussentijdse actualisatie voor de periode 2007 - 2010. Verder vragen nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, andere verhoudingen op de woningmarkt en nieuwe wet- en regelgeving om een nieuwe strategie om de aantrekkelijkheid van Rotterdam als woonstad te borgen en te versterken. Daarnaast stelt de nieuwe Woningwet dat alleen actueel vastgesteld volkshuisvestingsbeleid een basis vormt voor prestatieafspraken met woningcorporaties.
In de woonvisie zijn de stedelijke ambities op het gebied van wonen, zoals verwoord in het collegeprogramma, in een langetermijnperspectief gezet. Hoofddoelen zijn: realisatie van aantrekkelijke woonmilieus, een woningvoorraad met toekomstwaarde en borging van ‘de basis op orde’. Per hoofddoel zijn prioriteiten gesteld voor de langere termijn (2030), met daaraan acties voor de korte termijn (2020). De woonvisie is een uitwerking van de Stadsvisie 2007 en dient als kapstok voor diverse thematische programma’s waarin wonen een rol speelt. Te denken is aan  het programma Kansrijke Wijken, het Nationaal Programma Rotterdam Zuid en het programma Langer Thuis.
De woonvisie is een visie op hoofdlijnen en biedt een basis waarop verschillende partijen in de stad gerichter kunnen investeren.

Benutten kansen Kansrijke Wijken
Het college richt zich op een groei van het aantal kansrijke gezinnen in een ring van wijken rondom het centrum. In 2015 is het programma uitgewerkt en zijn de eerste activiteiten gestart. Het programma kent drie sporen: wonen, buiten & spelen en onderwijs. Het programma is afgestemd op het vergroeningsprogramma. De eigenaren van duizend woningen krijgen begeleiding bij de aanpak van achterstallig onderhoud en funderingsherstel.
In 2015 zijn diverse resultaten behaald:

  • er zijn twee droomstraten gerealiseerd. Dit zijn straten waar bewoners enkele maanden zeggenschap krijgen over inrichting en gebruik van de openbare ruimte. Nieuwe aanvragen zijn in behandeling;
  • in samenwerking met Opzoomermee is een publiekscampagne uitgevoerd waarin spelen op straat en in de wijk centraal staan. De gebiedscommissies Noord en Delfshaven hebben eigen middelen beschikbaar gesteld voor hieraan gerelateerde initiatieven;
  • de huisvesting van de Vrijeschool Rotterdam-West is mogelijk gemaakt als resultaat van een ouderinitiatief. Vervolgens is meegewerkt aan vergroening en een kindvriendelijker inrichting van het schoolplein, samen met andere scholen en omwonenden;
  • er zijn zeventien projecten voor zelfbeheer van de buitenruimte gestart, onder andere in het Nieuwe Westen, Middelland en Kralingen-West;
  • in het Oude Noorden, Kralingen-West, Nieuw Crooswijk en Katendrecht is de bouw gestart van ongeveer tweehonderd gezinswoningen. Deze grondgebonden woningen of grotere appartementen met ruime privébuitenruimte zorgen voor meer differentiatie in de woningvoorraad;
  • via het programma Zelfbouw zijn 36 koopovereenkomsten getekend voor een klusgebouw en een groepskavel in het Nieuwe Westen, en voor een klusgebouw in het Oude Noorden;
  • met de zes grootste woningcorporaties zijn afspraken gemaakt over het beschikbaar maken van circa 250 gezinsvriendelijke woningen in de wijken Oude Noorden, Nieuwe Westen, Middelland en Liskwartier. Deze afspraken hebben betrekking op de periode 2015 tot en met 2016;
  • in de nieuwe huisvestingsverordening Rotterdam zijn wijzigingen opgenomen die bijdragen aan verbetering van de woningdifferentiatie in onder andere Kansrijke Wijken. Het gaat bijvoorbeeld om voorwaarden voor juridische splitsing en beperking van kamerverhuur.

Buitenruimte

Vergroening
In 2015 is gewerkt aan een aanpak voor de vergroeningsopgave in de meest stenige wijken van de stad. In het collegewerkprogramma #Kendoe is vergroening van de openbare buitenruimte een belangrijk speerpunt om de kwaliteit van de leefomgeving voor de Rotterdammers te verbeteren.
De focus ligt op vijf van de meest stenige wijken van de stad. De behoefte aan groen is in deze wijken het grootst. Bovendien sluit de aanpak hier goed aan bij lopende programma’s. Op Zuid gaat het om Tarwewijk, Bloemhof en Hillesluis. Deze wijken maken onderdeel uit van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Op Noord gaat het om het Nieuwe Westen/Middelland en het Oude Noorden. Deze wijken zijn ook Kansrijke Wijken.
Door verschillende middelen meer geconcentreerd in te zetten in een beperkt aantal wijken, en door langs verschillende sporen te vergroenen, krijgt de Vergroeningsopgave echt massa en zijn deze wijken in 2018 zichtbaar en voelbaar groener. De vergroeningsaanpak per wijk komt in nauw overleg tot stand met de gebiedscommissies en bewoners. Per buurt organiseren we een Groentafel. Daarin bespreken de gemeente, bewoners en ‘groene’ betrokkenen samen de maatregelen en ingrepen voor dat gebied.
In 2015 is gestart met een aantal Kleur & Fleur-acties, zoals bloembakken en ‘hanging baskets’ in het Oude Noorden. Deze Kleur & Fleur wordt de komende jaren voortgezet en uitgebreid. Daarnaast worden  in 2016 de eerste vergroeningsprojecten opgeleverd.

Programma Rivieroevers
In 2015 is gestart met de ontwikkeling van een programma voor de oevers langs de Rotterdamse rivieren Nieuwe Maas, Rotte en Schie. Het programma moet de rivieroevers levendiger, aantrekkelijker, natuurlijker en karakteristieker maken. Het programma sluit zoveel mogelijk aan bij energie en initiatieven van partners in en om de stad. Bij de Maas werkt de gemeente bijvoorbeeld samen met het Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat en WNF-ARK. Het programma voor de Rotte voert de gemeente uit met het recreatieschap Rottemeren en de stichting Plezierrivier.
Het programma beschrijft de meerjarige ambities en kansen voor het versterken van de rivieroevers. Daarnaast geeft het programma aan welke concrete projecten er binnen de beschikbare middelen op korte termijn worden opgepakt en uitgevoerd. Het conceptprogramma gaat in het eerste kwartaal van 2016 naar de gemeenteraad.

Rivieroevers en ecologie
Parallel aan opstellen van het programma is gewerkt aan de uitvoering van projecten, zoals de voorbereiding van de aanleg van natuurvriendelijke oevers bij Mallegat en Nassauhaven, en aan de uitvoering van een aantal quick wins langs het Nieuwe Maasparcours.

In de begroting van 2015 was € 1,575 mln beschikbaar voor investeringen in de rivieroevers en ecologie. Deze middelen zijn bedoeld voor de volgende projecten:

  • bijdrage aan het provinciale project Bochtafsnijding De Schie, voor verhoging van de Noordelijke brug om meer vaarrecreatie mogelijk te maken;
  • quick wins langs het Nieuwe Maasparcours  om te zorgen dat fietsers en voetgangers het Nieuwe Maasparcours op een comfortabele manier zoveel mogelijk direct langs de rivier kunnen afleggen. Zo is er een fietstrap aangelegd bij de Watertorenweg, zijn hekwerken en hinderlijke paaltjes verwijderd en komt er op diverse plaatsen een ‘comfortstrook’ die de kaden geschikt maakt voor sportief gebruik als hardlopen, skaten en fietsen. Een deel van de quick wins is al opgeleverd in 2015, en een ander deel volgt in 2016;
  • aanleg van een comfortstrook en groenvakken op de Parkkade;
  • inrichting van het Essenburgpark. In verband met de sanering van de grond door NS en de aankoop van de grond door de gemeente, kan in de loop van 2016 worden gestart met deze werkzaamheden.

Buitenstedelijke groenprojecten
In 2015 is gewerkt aan enkele grote projecten buiten de stad die het leefklimaat van Rotterdam versterken. Het gaat om een aantal projecten.
Van het project Oranjebonnen, bij Hoek van Holland, zijn onderdelen van de eerste fase gerealiseerd. Het gaat om een nieuwe brug over het Oranjekanaal, nieuwe fietspaden, een vispaaiplaats en wandelpaden.
Nadat eerder het noordelijke deel van de Blauwe Verbinding, op Rotterdams grondgebied, afgerond was, is in 2015 het deel in het Zuidelijk Randpark op het grondgebied van Barendrecht geopend door wethouder Eerdmans en wethouder Monhemius van Barendrecht.
Voor de landgoederen De Tempel en Nieuw-Rhodenrijs, beide in bezit van de gemeente, is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. Vervolgens is er een herstel- en renovatieplan gemaakt voor het landgoed, in samenwerking met Natuurmonumenten en Golden Years, een organisatie die er ouderenhuisvesting realiseert. Verder is het plan voor de herinrichting van de Tempelweg, als onderdeel van het Polderpad door de hele Noordrand, uitgewerkt.
Voor Schieveen zijn het bestemmingsplan en de aanleg van de natuurvriendelijke oevers verder uitgewerkt. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met Natuurmonumenten, die hoofdbeheerder is van deze polder.
In de Vlinderstrik is de opgeknapte voormalige melkschuur door Natuurmonumenten feestelijk in gebruik genomen. Verder werden er oude kassen en andere aangekochte gebouwen gesloopt. Daarnaast is gewerkt aan de overige onderdelen van het Inrichtingsplan, zoals de sloot langs de Rodenrijseweg en het tweede deel van het Polderpad in de Zuidpolder van Lansingerland.

Recreatieschappen
Het organisatorisch speelveld van de recreatieschappen is volop in beweging. In 2015 voerden alle recreatieschappen waaraan Rotterdam deelneemt een onderzoek uit naar de toekomstige organisatie. Het doel is om een organisatievorm op te zetten die eenvoudiger en efficiënter is dan de huidige gemeenschappelijke regeling en die beter aansluit bij de beheertaken van de recreatieschappen. De urgentie van een nieuwe organisatievorm is begin 2015 vergroot door het besluit van de Provincie Zuid-Holland om per 2017 eenzijdig uit de recreatieschappen te treden. Daarnaast heeft de provincie aangekondigd dat de Groenservice Zuid-Holland wordt verzelfstandigd. Inmiddels heeft de provincie een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Staatsbosbeheer dat vanaf 2017 het personeel van de Groenservice overneemt en ook minimaal in 2017 en 2018 de bijbehorende dienstverlening aan de recreatieschappen levert. Deze periode kan wordenbenut om per recreatieschap het onderzoek naar de toekomstige organisatie af te ronden en debesluitvorming vorm te geven. Volgens de planning volgt eind 2016 voor alle recreatieschappen besluitvorming over de toekomstige organisatie. In de meeste gebieden wordt gekeken naar de mogelijkheden om terreinbeherende organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of Zuid-Hollands Landschap een grotere rol te geven bij het dagelijks beheer.

Bij deze besluitvorming wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor opheffing van het Koepelschap Buitenstedelijk Groen. Binnen deze gemeenschappelijke regeling vindt een financiële gelijktrekking plaats van de bijdragen die de partners inbrengen. Uit het onderzoek blijkt dat het mogelijk is om het Koepelschap op te heffen, maar dat dit vraagt om aanpassing van alle andere Gemeenschappelijke Regelingen. Om te voorkomen dat in korte tijd de regelingen meer keren moeten worden aangepast, werkt de gemeente nu toe naar een totaalbesluit voor alle regelingen.

Landschapstafels
Voor de gebieden Hof van Delfland en IJsselmonde zijn er ‘landschapstafels’. Deze tafels hebben het karakter van een informele samenwerking tussen de betrokken gemeenten. De belangrijkste doelen van de landschapstafels zijn:

  • opstellen van een gezamenlijke programma voor ontwikkeling van het gebied;
  • afspraken maken en afstemming tussen over gezamenlijke groenprojecten;
  • afstemming van beheer op hoofdlijnen tussen de verschillende beheerders in het gebied;
  • gezamenlijke marketing en communicatie.

De Provincie Zuid-Holland neemt wel deel aan de ambtelijk voorbereidingsoverleg, maar niet in de bestuurlijke landschapstafels zelf. Afstemming met de provincie loopt via de regiegroep Metropolitaan Groen. Daarin overlegt de gedeputeerde met de voorzitters van de landschapstafels en de bestuurders van de grote steden op het niveau van Zuid-Holland. Voor beide landschapstafels is gewerkt aan het eerste ontwikkelprogramma. Dit komt in 2016 gereed.

Beheerlasten
Door de hierboven beschreven organisatieveranderingen in de recreatieschappen wil de gemeente Rotterdam de efficiëntie vergroten en daarmee de kosten voor het recreatiebeheer in de regio te verminderen. In 2016 moet blijken in welke mate deze grotere efficiëntie daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Vanaf 2017 wordt de Rotterdamse bijdrage aan de recreatieschappen verlaagd met € 350. In 2016 wordt uitgewerkt op welke manier deze taakstelling daadwerkelijk gaat landen in de begroting van de recreatieschappen waarbij Rotterdam betrokken is.

Regionale afzet producten
In 2015 zijn er enkele bijeenkomsten geweest van de regionale Food Council Rotterdam. Dit zijn netwerkbijeenkomsten van verschillende partijen die betrokken zijn bij de productie, verwerking en afzet van regionaal geproduceerd voedsel. Door de contacten die zij op deze bijeenkomsten leggen, ontstaan nieuwe afzetketens. Dat draagt bij aan de verbreding van de  regionale en stedelijke economie. Er zijn ook steeds meer voedselverwerkers in de stad die specifieke producten maken. Afgelopen jaar werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de afzet van regionale producten te vergroten. De provincie Zuid-Holland heeft hieraan een financiële bijdrage geleverd.

Planologie

Kaart van de Stad: verkenning nieuwe generatie projecten
In 2015 is de Kaart van de Stad opgeleverd. De Kaart van de Stad vormt de toekomstverkenning van de bestaande en nieuwe ruimtelijke opgaven voor Rotterdam, agendeert de grote opgaven tot 2030 en vormt daarmee een actualisatie van de lijst met de zogenaamde VIP-gebieden, de in Stadsvisie 2007 aangewezen dertien gebiedsontwikkelingen. Deze nieuwe projecten moeten ervoor zorgen dat de positieve beweging vastgehouden wordt.
Er is een verkenning gedaan naar de kansrijkste investerings- en ontwikkelmogelijkheden. Dit heeft geresulteerd in de Kaart van de Stad: de opgavenkaart.
De gemeente blijft doorgaan met het proces om de Kaart van de Stad te ontwikkelen. De Kaart van de Stad wordt in 2016 aan het bestuur voorgelegd.

Op 30 oktober 2015 vond in de schouwburg het Stadsmakerscongres plaats. Met 600 stadsmakers zijn projecten besproken en is de toekomstvisie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad, de Kaart van de Stad, gepresenteerd.

BRG (Bestaand Rotterdams Gebied)
BRG is een programma dat Rijk, regio en Havenbedrijf Rotterdam hebben opgezet als compensatie voor de milieuschade door de aanleg van Tweede Maasvlakte. Het programma is opgebouwd uit diverse projecten. Ze zijn gericht op leefmilieuverbetering in de verschillende regiogemeenten. Rotterdam voert de administratie. Besluitvorming over besteding van de middelen vindt plaats in de stuurgroep BRG. Daaraan nemen ook de andere partners (Rijk, Havenbedrijf Rotterdam en regiogemeenten) deel. De participanten die deelprojecten uitvoeren bepalen het tempo van de uitvoering van de projecten.

Bestemmingsplannen
Er is een wettelijke verplichting om te beschikken over actuele en digitale bestemmingsplannen. Momenteel voldoet de gemeente Rotterdam nog niet aan deze verplichting. In 2015 heeft het college twaalf bestemmingsplannen aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden. Daarbovenop is een inhaalslag gestart door in samenwerking met externe bureaus negen bestemmingsplannen in procedure te nemen. Hiermee komt het doel binnen bereik om alle bestemmingsplannen actueel en digitaal te hebben.
In alle nieuwe bestemmingsplannen zoekt de gemeente maximale ruimte om flexibiliteit in de bestemmingen op te nemen, om zo gewenste ontwikkelingen meer kans te geven.