Voortgang

In juli 2015 heeft het college het nieuwe programma Duurzaam 2015-2018, ‘Duurzaam dichter bij de Rotterdammer‘ aan de gemeenteraad aangeboden. In 2015 is aan Duurzaam uitvoering gegeven door de onderstaande activiteiten.

Luchtkwaliteit en duurzame mobiliteit

In mei 2015 stelde de gemeenteraad de Koersnota Schone Lucht vast.  Collegedoelstelling is hierbij de uitstoot van roetdeeltjes door het wegverkeer te verminderen met 40%. Een van de belangrijkste maatregelen om dit voor elkaar te krijgen is de instelling van de Milieuzone. Dit is gebeurd per 1 januari 2016. Rotterdammers hebben geanticipeerd op de komst van de milieuzone. Het aantal ontvangen sloopaanvragen voor auto's die de zone niet meer in mogen is verdubbeld nadat het besluit was genomen. Tot 1 januari 2016 zijn in het kader van de sloop- en stimuleringsregeling een kleine drieduizend auto’s gesloopt. Daarnaast hadden op 31 december 2015 circa 1.450 aanvragers een goedkeuring gekregen voor subsidie. De subsidie is verleend na ontvangst van de ‘demontageverklaring’ door de gemeente. Het slopen van deze auto’s heeft een positief effect op de luchtkwaliteit.
Op 1 oktober 2015 begon de communicatiecampagne over de milieuzone. Op toegangswegen zijn vooraankondigingen en borden geplaatst, maar ook kentekencheckers  waardoor automobilisten het signaal krijgen of hun voertuig wel of niet is toegestaan in de zone. Op de gelanceerde website www.gezonderelucht.nl is alle informatie te vinden. Tevens is op uitgebreide schaal geadverteerd in lokale en regionale kranten en huis-aan-huisbladen. Daarnaast hebben alle Rotterdammers met een voertuig dat niet voldoet aan de toegangseisen, een brief ontvangen om hen te attenderen op de milieuzone en alternatieven voor hun te vieze auto.
Om het effect van de milieuzone te meten is in oktober 2015 het wagenpark geteld dat in Rotterdam rijdt. Aan de hand van deze gegevens kan worden berekend tot welke uitstoot van schadelijke stoffen dit leidt en wat dit betekent voor de luchtkwaliteit in de stad. De meting wordt in oktober 2016 herhaald, zodat het verschil na ‘één jaar milieuzone’ kan worden gemeten.

In 2015 zijn tien volledig elektrische personenauto’s aan de gemeentelijke vloot toegevoegd en 62 hybride personenvoertuigen. De aanbesteding voor de aanschaf van veertig elektrische auto’s is gegund. De eerste van deze auto’s worden in 2016 geleverd. De bijbehorende infrastructuur voor het opladen van de auto’s wordt gelijktijdig gerealiseerd.

Samen met het Rijk is in 2015 gewerkt aan een ‘Green Deal Small Scale Liquid Natural Gas’ (LNG) als schone brandstof. Het doel is dat er in 2020 in Nederland vijfduizend trucks op LNG rijden en dat er vijftig binnenvaartschepen en vijftig coasters in Nederland op LNG varen.

Afspraken over voortgangsmeting van de LNG Safety Deal zijn getekend. Eveneens is met het Rijk de Green Deal Waterstof voor schone mobiliteit opgesteld. Naar verwachting volgt in het voorjaar 2016 de bekrachtiging van de afspraken van deze Green Deal. Het gaat om een nationale Green Deal met Rotterdam als voortrekker.

Groen en water
In 2015 is de Rotterdamse AdaptatieStrategie vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Extra waterberging is mogelijk gemaakt in het gebied Leonidas en met de Rain-Away Garden in het Zomerhofkwartier. Voorts is gewerkt aan het Programma Rivieroevers, het Ecologisch Lint en aan Essenburgpark. Met inzet van subsidies is zo’n 20.000 vierkante meter groen dak aangelegd. Het totaal oppervlak aan groen dak in Rotterdam is nu ruim 220.000 vierkante meter.

Energiebesparing en schonere energie tegen lagere kosten
Voor de warmterotonde Zuid-Holland is in 2015 begonnen met de aanleg van de warmteleiding Cluster West. De warmterotonde moet de transitie naar duurzame warmtevoorziening mogelijk maken door warmtevraag in stedelijk gebied en van de glastuinbouw te verbinden met het aanbod van restwarmte uit de haven en met aardwarmte (geothermie). Ook andere, nieuwe bronnen, met lagere emissies, kunnen een aansluiting krijgen op de Warmterotonde, . Hiermee kan de uitstoot van schadelijke stoffen verder afnemen.
De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Rotterdam hebben in 2015 een verkennend onderzoek afgerond naar de verdere uitrol van de Warmterotonde. Hieruit blijkt dat voor panden die straks via de Warmterotonde worden verwarmd, een CO2-reductie van 60% mogelijk is. Een vervolgopdracht voor een haalbaarheidsstudie is verleend. Deze studie zal in 2016 zijn afgerond.
Met Leiden is een samenwerkingsovereenkomst gesloten die is gericht op het delen van kennis en ervaring van warmtenetten in stedelijk gebied. Dit is om de realisatie van het Cluster Oost van de Warmterotonde te ondersteunen. In 2016 vindt hierover besluitvorming plaats.
Het aantal aansluitingen op het met restwarmte van de Afvalverwerking Rijnmond gevoede Warmtenet is in 2015 gestegen. Momenteel zijn zo’n 60.000 woningequivalenten aangesloten. Met lokale betrokkenen, zoals woningcorporaties, de warmtebedrijven Eneco en Nuon, Stedin en het Warmtebedrijf, heeft de gemeente onderzoek gedaan. Het onderzoek ging om de vraag hoe het warmtenet kan worden bevorderd en hoe de proposities aan de eindgebruikers zijn te verbeteren. Mede op basis van deze uitkomsten is input geleverd aan de evaluatie van de Warmtewet die in 2016 wordt herzien.
Samen met Den Haag en de provincie Zuid-Holland is de oprichting van een warmtefonds gestart.

Bij kleinere winkels (62 scans) en horeca (64 scans) zijn energiescans uitgevoerd. De meeste ondernemers willen beginnen met investeren. Intussen hebben 23 winkeliers en 24 horecaondernemers al maatregelen voor energiebesparing uitgevoerd.

Met woningbouwcorporaties zijn afspraken gemaakt over verduurzaming van de bestaande bouw en specifiek over energiebesparing voor bewoners. In totaal zijn nu tweeduizend corporatiewoningen met ten minste twee energielabelstappen naar een ‘groen’ energie-label (A, B of C) gebracht. Tevens zijn afspraken gemaakt voor ‘nul-op-de-meter-woningen’ met Woonstad Rotterdam. Daarnaast zijn er zo’n zeshonderd woningen van eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaren (VVE’s) verduurzaamd.

Diverse onderzoeken zijn gestart naar de haalbaarheid van zonnedaken op gemeentelijk vastgoed, op schoolgebouwen en op daken van gymzalen en sportverenigingen. Eind 2015 is begonnen met de vervanging en plaatsing van extra zonnepanelen op het dak van het gemeentearchief:  in totaal duizend panelen.
Met gebruikmaking van de postcoderoosconstructie wordt het project “A20 Terbregge” gerealiseerd.
Door crowdfunding, met als aanbieder Zonnepanelendelen, zijn de zonnedaken van ‘Uitjeeigenstad’ en de ‘Kralingse Tennisvereniging’ mogelijk gemaakt. Ook hebben er groepsaankopen plaatsgevonden voor zonnepanelen (iChoosr). De lokale energiecoöperatie Blijstroom ontwikkelt een collectief zonnedak op de sporthal aan de Noorderhavenkade. Blijstroom heeft in 2015 een CityLab010-subsidie ontvangen voor een aantal ‘zonnevelden’ met bijbehorende zonnecoöperaties.
Verder zijn marktpartijen gefaciliteerd bij het onderzoeken van de kansen voor grote zonneparken en innovatieve businessmodellen met zonne-energie. Het gaat hierbij om Cablean. Dankzij alle initiatieven van de laatste tijd wordt in Rotterdam momenteel ongeveer twee GWh van het particuliere elektriciteitsverbruik via zonne-energie geleverd. Dit is ongeveer 0,3% van het totale particuliere elektriciteitsverbruik.

Duurzaam inkopen
Het Convenant Duurzaam Inkopen volgens de SEOUL top is ondertekend. Het gaat om de afspraken ‘SEOUL Summit - Global Lead Cities Netwerk Sustainable Public Procurement’. Rotterdam is hierbij World Lead City Sustainable Public Procurement. Een nieuw gunningscriterium Betoninkoop is vastgesteld en de ‘Aanbesteding Energie’ is afgerond. Hierbij is ervoor gekozen de vergroening van ingekochte elektriciteit te organiseren via eigen inkoop van Garanties van Oorsprong (GvO) en deze niet mee te contracteren bij de energieleverancier. Dit is gedaan om beter te sturen op het realiseren van duurzame energieprojecten.

Duurzame gebiedsontwikkeling
Duurzaamheid is een noodzakelijk onderdeel om de stad kwalitatief en economisch op het juiste niveau te ontwikkelen. In 2015 zijn verschillende pilots gestart volgens het BREEAM. Deze term staat voor Building Research Establishment Environmental Assesment Method, en is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van een gebied of gebouw te bepalen, waaronder gebieden in het Centrum, de omgeving van Zuidplein en op Heijplaat.

COP21 – klimaatovereenkomst Parijs

De internationale aandacht voor Rotterdam als koploper op het gebied van klimaatadaptatie is verder gestegen. In 2015 bezochten tachtig delegaties de stad. Kennispartners in de stad anticipeerden hierop met de oprichting van het Rotterdam Centre for Resilient Delta Cities.
Een en ander leidde tot een prijs: de C40-Award voor klimaatadaptatie tijdens de United Nations Klimaatconferentie COP21 begin december in Parijs.
In Parijs is ook een side event georganiseerd met als thema Urban Climate Action: global benefits and local revenues, key factors for success.
De belangrijkste doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs is de gemiddelde mondiale temperatuurstijging te beperken tot ‘“well below 2 degrees” en om moeite te doen deze te beperken tot 1,5 graad Celsius. Om dit te bereiken moeten landen veel meer doen aan energiebesparing, duurzame energie-opwekking en CO2-reductie. Dat kan bijvoorbeeld door het afvangen en opslaan van CO2. Naar verwachting zetten deze ontwikkelingen het kabinet aan om de inzet op deze gebieden te verhogen. Dat is zeer van belang voor Rotterdam als tweede stad van Nederland, met zijn grote energiehaven en vele logistieke bewegingen. De gemeente Rotterdam wil hierop inspelen en hieraan richting geven door samen te werken met het Rijk en andere steden. In dit kader werken wij aan een ‘plus’ op het programma duurzaam.

CityLab010
In totaal zijn voor het CityLab010, thema Duurzaamheid & Mobiliteit, iets minder dan veertig plannen ingediend. Met het merendeel van de initiatiefnemers is rechtstreeks overlegd over de haalbaarheid. Voor zeventien initiatieven is een subsidie gevraagd. Aan vijf plannen is een financiële bijdrage verleend. Het gaat om plannen om het fietsen te bevorderen, lucht- en geluidoverlast te verminderen en zonne-energie te bevorderen. Tot die laatste plannen behoort het eerder genoemde initiatief van Blijstroom. Ook niet-financiële bijdragen zijn geleverd, bijvoorbeeld voor het uittesten van een alternatief voor TL-verlichting: de Rotterdamse TL. Als voorbeeld van de ontwikkeling van biobased economy hebben de initiatieven ‘Broodnodig’ (vergisting van afvalbrood) en Blue City (herontwikkeling Tropicana) vanuit CityLab010 financiële ondersteuning gekregen.

Circulaire en biobased Economie
Vooruitlopend op het verbod per 1 januari 2016, is de Rotterdammer opgeroepen een alternatief voor plastic tasjes te bedenken. Op 10 oktober 2015 is de winnaar van de wedstrijd ‘Geef plastic de zak’ bekendgemaakt. Intussen worden alternatieve tasjes geproduceerd van vlaggen die hun doel hebben gediend. Van het dunne, stevige materiaal worden tassen gemaakt die makkelijk in een damestas of rugzak passen. Elke tas is uniek. De tassen worden gemaakt in samenwerking met de sociale werkplaats en zijn te koop bij winkeliers.

Voor de ontwikkeling van de biobased economie heeft de gemeente met zes consortia gesproken over businesscases voor het houtcluster op de Maasvlakte. Met Deltalinqs is in het najaar van 2015 een business platform biobased georganiseerd.