Rente risiconorm

Toets renterisiconorm

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Grondslag: omvang begroting

4.294.857

3.776.978

3.623.553

3.623.553

3.623.553

3.623.553

3.623.553

Renterisiconorm (20% van grondslag)

858.971

755.396

724.711

724.711

724.711

724.711

724.711

Renteherzieningen

0

50.000

50.000

50.000

57.780

2.966

12.367

Aflossingen

332.535

410.137

292.490

290.323

280.807

298.847

415.107

Renterisicobedrag

332.535

460.137

342.490

340.323

338.587

301.813

427.474

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

526.436

295.259

382.221

384.388

386.124

422.898

297.237

Ook bij de structurering van de lange schuld moet de gemeente voldoen aan de wettelijke vereisten die zijn vastgelegd in de Wet Fido. Bij het aantrekken van lange geldleningen moet de gemeente rekening houden met de renterisiconorm. Deze heeft als doel om het toekomstig renterisico te beperken. Er moet gestuurd worden op spreiding in de aflossingen en renteherzieningen. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen. Bij de toetsing aan deze norm moet er dan ook vier jaar vooruit gekeken worden. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Hoewel de Wet Fido dit niet voorschrijft, wordt uit voorzichtigheidsoverwegingen onder de aflossingen ook de herfinancieringsbehoefte onder de renteswaps meegeteld. Hiermee wordt het gebruik van renteswaps gelimiteerd. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2015 bedroeg de renterisiconorm € 725 mln. Het renterisicobedrag op de langlopende schuld kwam in 2015 uit op € 342 mln en bleef ruim onder de gestelde norm. Zoals uit de tabel blijkt, is het renterisico in de huidige leningenportefeuille goed gespreid en blijft er de komende jaren sprake van een aanzienlijke ruimte onder de renterisiconorm.