Omslagrente

De financiering van de gemeentelijke investeringen vindt hoofdzakelijk plaats met reserves en voorzieningen - lange interne financieringsmiddelen - en met extern aangetrokken geldleningen. Als uitgangspunt geldt dat de financieringswijze geen rol mag spelen bij de kostprijsberekening van gemeentelijke taken. Daarom rekent de gemeente ook rente toe aan de reserves en voorzieningen. De totale gemeentelijke vermogenskosten bestaan dus uit de werkelijk betaalde rente op de externe geldleningen en de toegerekende rente aan de interne financieringsmiddelen. Deze vermogenskosten worden aan de gemeentelijke producten doorberekend via de omslagrente. Dit gebeurt op basis van de boekwaarde van de investeringen op de balans. Met het oog op een stabiel meerjarig begrotingsbeeld streeft de gemeente naar een evenwichtige ontwikkeling van de omslagrente, waarbij eventuele schommelingen in marktrentes slechts gematigd doorwerken. Door de omslagrente op een vast percentage te houden, voorkomt de gemeente verstoring van het meerjarig begrotingsbeeld. In 2015 is nog gerekend met een omslagrente van 4%. In de begroting 2017 zal de omslagrente worden verlaagd, waarbij rekening wordt gehouden met de gewijzigde voorschriften voor rentetoerekening in het Besluit Begroting en Verantwoording.