Vervanging kapitaalgoederen

Het beheer- en onderhoudsbeleid van kapitaalgoederen is gericht op het zo kostenefficiënt mogelijk halen van de ontwerp-levensduur van een object, omdat anders sprake is van kapitaalvernietiging. Daarnaast is het beleid er ook op gericht om de levensduur van een object te verlengen, zo lang dat economisch verantwoord is, en het object daarmee functioneel te houden. De paragraaf Financiën/ onderhoud kapitaalgoederen biedt een overzicht van de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Als het onderhoud de levensduur niet meer kan verlengen, wordt het kapitaalgoed vervangen. Deze vervangingsinvesteringen zijn investeringen die, als gevolg van economische veroudering of slijtage, een oud (bestaand) actief of kapitaalgoed vervangen.

Onderhoudsuitgaven zijn geen investeringen en komen direct ten laste van de exploitatie. Dit in tegenstelling tot vervangingsinvesteringen. Vervangingsinvesteringen worden geactiveerd, waarbij alleen de jaarlijkse kapitaallasten ten laste komen van de exploitatie.

In 2015 zijn de volgende vervangingsinvesteringen gedaan:

Vervanging kapitaalgoederen

Rekening 2014

Begroting 2015

Rekening 2015

Rioleringen 

42.398

45.103

32.416

- waarvan ten laste van voorziening vervangingsinvesteringen

8.662

9.103

3.028

- waarvan ten laste van investeringskrediet

33.736

36.000

29.388

Openbare verlichting

1.827

2.400

2.456

Bruggen, tunnels en viaducten 

8.623

8.408

11.080

Kademuren en glooiingen 

4.901

5.700

3.946

Maastunnelcomplex 

Valt onder Bruggen, tunnels en viaducten

Beeldende kunst en gebouwen 

330

0

272

Water

1.764

663

1.690

Begraafplaatsen en crematorium 

932

226

259

Totalen

60.775

62.500

52.119

De paragraaf Financiën/onderhoud kapitaalgoederen (paragraaf 5.4) biedt eveneens inzicht in de begrote en gerealiseerde vervangingsinvesteringen.