Kasgeldlimiet

Toets kasgeldlimiet

2013

2014

2015

2015 Q1

2015 Q2

2015 Q3

2015 Q4

Grondslag: omvang begroting

4.294.857

3.776.978

3.623.553

3.623.553

3.623.553

3.623.553

3.623.553

Kasgeldlimiet (8,5% van grondslag)

365.063

321.043

308.002

308.002

308.002

308.002

308.002

Gemiddelde korte schuld

231.368

338.267

272.338

437.049

261.377

150.128

240.798

Gemiddelde korte middelen

-16.631

-7.059

-6.304

-20.660

-1.821

-2.096

-639

Gemiddelde netto korte schuld

214.737

331.208

266.034

416.389

259.556

148.032

240.159

Ruimte (+) / overschrijding (-)

150.326

-10.165

41.968

-108.387

48.446

159.970

67.843

De gemeente kan haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het renterisico op de korte schuld te beperken. Voorkomen moet worden dat een onverwachte stijging van de korte rente het begrotingsevenwicht in gevaar brengt. Daarom wordt er met de kasgeldlimiet een maximum gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal en bedroeg in 2015 € 308 mln. De kasgeldlimiet mag niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. Gebeurt dit wel, dan moet de gemeente de provincie daarover berichten, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. De hier getoonde bedragen voor de jaren 2013 en 2014 zijn jaargemiddelden. De overschrijding in 2014 heeft zich alleen in het eerste kwartaal voorgedaan, waardoor de gemeente ook in dat jaar heeft voldaan aan de wettelijke vereisten. Gemiddeld over geheel 2015 bedroeg de netto korte schuld € 266 mln. Alleen het eerste kwartaal is de kasgeldlimiet overschreden, de overige kwartalen is Rotterdam onder de kasgeldlimiet gebleven. Daarmee is voldaan aan de vereisten uit de wet Fido.