Ontwikkeling financieringsmiddelen

Financieringsmiddelen

1 jan 2012

1 jan 2013

1 jan 2014

1 jan 2015

31 dec 2015

Reserves

985.191

999.547

1.112.765

1.140.423

1.207.945

Voorzieningen

67.567

84.023

120.596

105.814

97.389

Interne financieringsmiddelen

1.052.758

1.083.570

1.309.202

1.246.237

1.305.334

Langlopende leningen OG

1.950.069

1.875.978

1.818.144

1.950.006

1.977.516

Overige vaste schulden

91.956

91.713

91.018

92.691

91.671

Langlopende schulden

2.042.025

1.967.691

1.909.162

2.042.697

2.069.187

Netto kortlopende leningen en banksaldi

364.967

409.509

439.170

391.593

433.823

Overig netto werkkapitaal

135.964

88.514

86.343

22.003

-75.220

Netto kortlopende schulden

500.931

498.023

525.513

413.596

358.603

Totaal financieringsmiddelen

3.595.714

3.549.284

3.668.036

3.702.530

3.733.124

Tegenover de investeringen in vaste activa en voorraden bouwgrond staan de interne en externe financieringsmiddelen. De lange interne financieringsmiddelen worden gevormd door de reserves en voorzieningen. De langlopende schuld bestaan uit langlopende leningen OG (Opgenomen Geld) en overige vaste schulden. Deze laatste hebben vooral betrekking op de ontvangen afkoopsommen erfpacht, die de gemeente als schuld op de balans moet opnemen en die gedurende de oorspronkelijke looptijd van het afgekochte erfpachtcontract jaarlijks vrijvallen in het resultaat. De netto kortlopende schulden worden hier berekend als de netto positie van kortlopende leningen en banksaldi (waarbij debet- en creditsaldi zijn gesaldeerd) en het overige netto werkkapitaal. De grens die wordt gehanteerd tussen kort en lang ligt voor de (kasgeld)leningen op één jaar. Het overige netto werkkapitaal bestaat uit het saldo van de voorraden - met uitzondering van de voorraden bouwgrond -, debiteuren, crediteuren en overlopende posten.
De toename aan interne financieringsmiddelen in de afgelopen jaren hangt samen met een verbeterde reservepositie. De voorzieningen zijn sinds begin 2014 afgenomen. Deze ontwikkelingen hebben zich voortgezet in 2015. Een belangrijke oorzaak van de toename van de reserves is het achterblijven van investeringen ten laste van de bestemmingsreserves IFR (Investeringsfonds Rotterdam), ISV-3 (Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing), NPRZ (Nationaal Programma Rotterdam Zuid) en Infrastructuur. De langlopende schulden zijn in 2015 met € 26.490 toegenomen, de netto kortlopende schulden zijn met € 54.993 afgenomen.