Pijler flexibiliteit

De centrale vraag bij de pijler flexibiliteit is in hoeverre het mogelijk is om bij ‘slecht weer’ snel de lasten te verlagen of de baten te verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. De indicatoren van de pijler flexibiliteit zijn verdeeld in drie categorieën:
A Saldo begroting
B Schuld
C Investeringen

A Saldo begroting

Saldo van baten en lasten
Conform het BBV zijn gemeenten verplicht om elk jaar een minimaal sluitende begroting neer te leggen. Het gerealiseerde saldo is beter dan begroot. Dit wordt bij hoofdlijnen/ financiële hoofdlijnen/ inzet middelen/ financieel resultaat toegelicht.

Saldo van baten en lasten, in mln euro's

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015

Rekening
2015

Baten excl. onttrekkingen aan reserves

3.290

3.054

3.260

3.294

Lasten excl. toevoegingen aan reserves

3.261

3.016

3.436

3.226

Onttrekkingen aan reserves

393

334

411

307

Toevoegingen aan reserves

295

262

236

236

Saldo van baten en lasten

127

111

0

139

Saldo van structurele baten en lasten
De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de mate waarin de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, gedekt zijn door structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat structureel evenwicht voor het begrotingsjaar een voorwaarde is vanuit het provinciebestuur voor het toepassen van repressief toezicht achteraf (repressief toezicht). Het saldo wordt nominaal weergegeven én als percentage van de totale baten.

Het gerealiseerde structurele saldo is beter dan begroot. In overleg met de financieel toezichthouder, de provincie Zuid-Holland, is in deze jaarrekening 2015 een scherpere definitie van de structurele componenten van de reserves toegepast. Dat heeft het structurele saldo naar beneden beïnvloed. Daarnaast zijn de structurele baten lager dan begroot. Beide effecten worden echter meer dan gecompenseerd door lagere structurele lasten dan begroot.

Structurele begrotingssaldo, in mln euro's

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

Totale structurele lasten excl. mutaties reserves

3.023

2.837

3.246

3.042

Totale structurele baten excl. mutaties reserves

3.031

2.989

3.205

3.148

Totale structurele stortingen in reserves

50

143

63

25

Totale structurele onttrekkingen uit reserves

77

113

114

25

Saldo

35

122

10

106

Totale baten excl. onttrekkingen reserves

3.230

3.054

3.288

3.294

* Dit betreft de oorspronkelijke Begroting 2015, dit kengetal is tussentijds niet bijgesteld.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de verhouding van de lokale lastendruk in de gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden van de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde in een bepaald jaar.

Belastingcapaciteit, in euro's

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

184

189

191

199

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

340

373

360

360

Afvalstoffenheffing voor een gezin

196

177

179

179

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

720

738

729

738

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in t-1

683

697

704

704

* Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

B Schuld

Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) hanteert een signaalwaarde van 100%. Daarboven is waakzaamheid geboden. Een netto schuldquote hoger dan 130% is een grove indicatie voor een te hoge schuld.

Netto schuld, in mln euro's, balansstanden per ultimo *

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 **

Rekening
2015

Vaste schulden

1.909

2.043

2.350

2.069

Netto vlottende schuld

665

589

411

546

Overlopende passiva

480

409

409

332

Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking

-4

-4

-3

-16

Uitzettingen < 1 jaar

-409

-352

-352

-328

Liquide middelen

-1

-60

0

-3

Overlopende activa

-210

-176

-176

-188

Saldo

2.430

2.449

2.641

2.412

Totale baten (exclusief mutatie reserves)

3.290

3.054

3.260

3.294

* Voor 2013 en 2014 betreft het de standen van 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

** Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De gemeente leent som geleend geld door aan andere organisaties. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in - als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen. Dit bedrag neemt de komende jaren wel gestaag af.

Netto schuld gecorrigeerd voor leningen, in mln euro's,
balansstanden per ultimo *

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 **

Rekening
2015

Vaste schulden

1.909

2.043

2.350

2.069

Netto vlottende schuld

665

589

411

546

Overlopende passiva

480

409

409

332

Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking

-925

-919

-841

-977

Uitzettingen < 1 jaar

-409

-352

-352

-328

Liquide middelen

-1

-60

0

-3

Overlopende activa

-210

-176

-176

-188

Saldo

1.510

1.534

1.803

1.451

Totale baten (exclusief mutatie reserves)

3.290

3.054

3.260

3.294

* Voor 2013 en 2014 betreft het de standen van 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

** Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

Kasgeldlimiet
De gemeente kan haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) is de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet stelt een maximum aan de netto kortlopende schuld die de gemeente mag hebben. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan is de gemeente verplicht om de provincie daarover te informeren met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.

Het doel van de kasgeldlimiet is om het renterisico op de korte schuld te beperken. Dit voorkomt dat een onverwachte stijging van de korte rente het begrotingsevenwicht van de gemeenten in gevaar brengt. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal en bedroeg in 2015 € 308 mln. Gemiddeld over geheel 2015 bedroeg de netto korte schuld € 266 mln. Alleen het eerste kwartaal is de kasgeldlimiet overschreden. De overige kwartalen is Rotterdam onder de kasgeldlimiet gebleven. Daarmee is voldaan aan de vereisten uit de wet Fido.

Toets kasgeldlimiet, in mln euro's

2013

2014

2015

2015 Q1

2015 Q2

2015 Q3

2015 Q4

Grondslag: omvang begroting

4.295

3.777

3.624

3.624

3.624

3.624

3.624

Kasgeldlimiet (8,5% van grondslag)

365

321

308

308

308

308

308

Gemiddelde korte schuld

231

338

272

437

261

150

241

Gemiddelde korte middelen

-17

-7

-6

-21

-2

-2

-1

Gemiddelde netto korte schuld

215

331

266

416

260

148

240

In % begroting

5,0%

8,8%

7,3%

11,5%

7,2%

4,1%

6,6%

Ruimte (+) / overschrijding (-)

150

-10

42

-108

48

160

68

Renterisiconorm
Bij het aantrekken van langlopende geldleningen houdt Rotterdam rekening met toekomstige renterisico’s. Een renterisico doet zich voor wanneer de gemeente nieuwe leningen moet aantrekken of als er voor bestaande leningen een renteherziening aan de orde is. In beide gevallen kan de dan geldende rente afwijken van de in de begroting geraamde rente. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen. In de Wet Fido is de renterisiconorm opgenomen met als doel het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken. Bij de toetsing aan deze norm moet een aantal jaren vooruit worden gekeken. Het renterisicobedrag is de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Dit bedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2015 bedroeg de renterisiconorm € 725 mln. Het renterisicobedrag op de langlopende schuld kwam in 2015 uit op € 342 mln en bleef ruim onder de gestelde norm. Zoals uit de tabel blijkt, is het renterisico in de huidige leningenportefeuille goed gespreid en blijft er de komende jaren sprake van een aanzienlijke ruimte onder de renterisiconorm. Meer hierover is te lezen bij Financiën/ Financiering.

Toets renterisiconorm, in mln euro's

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Grondslag: omvang begroting

4.295

3.777

3.624

3.624

3.624

3.624

3.624

Renterisiconorm (20% van grondslag)

859

755

725

725

725

725

725

Renteherzieningen

50

50

50

58

3

12

Aflossingen

333

410

292

290

281

299

415

Renterisicobedrag

333

460

342

340

339

302

427

In % begroting

8%

12%

9%

9%

9%

8%

12%

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

526

295

382

384

386

423

297

C Investeringen

EMU-saldo
Het effect van de meerjarige investeringen op het EMU-saldo (het vorderingensaldo) is belangrijk in het kader van de Wet Houdbare Overheids- Financiën (Wet Hof). In de wet is bepaald dat lokale overheden een gemaximeerd aandeel mogen hebben in het toegestane EMU-tekort, uitgedrukt in procenten van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Hiermee komt Nederland tegemoet aan de begrotingsregels die door de Europese Unie gesteld zijn. De wet bepaalt dat niet alleen het Rijk maar ook het lokale bestuur zich moet houden aan de strengere begrotingsregels en sanctiemogelijkheden. Het aandeel van de lagere overheden in de norm van 3% van het BBP is op dit moment 0,5% van het BBP. Het aandeel van de gemeenten is 0,32% van het BBP.

EMU-saldo, in mln euro's

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

Individuele referentiewaarde

-181

-148

-172

-172

Berekend EMU-saldo

-126

-32

-314

16

* Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

In 2015 is Rotterdam onder de norm gebleven. Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat het begrote EMU-saldo (stand Tweede Bestuursrapportage 2015) en de uiteindelijke realisatie fors van elkaar afwijken. De voor het EMU-saldo relevante posten die moeilijk zijn te ramen, zijn de voorzieningen, investeringen en de aan- en verkopen van de grond. De afwijking komt hoofdzakelijk door toename van het exploitatiesaldo (voor reserves) en planningsoptimisme bij de investeringen.

De beheersing van het EMU-saldo heeft ook de aandacht van het Rijk. Omdat provincies en gemeenten een baten- en lastenstelsel hanteren en hierop sturen, krijgt het EMU-saldo niet de aandacht in de begrotings- en verantwoordingscyclus die nodig is. Voor provincies en gemeenten is het van belang te weten of de referentiewaarden van het EMU-saldo die voor de afzonderlijke provincies en gemeenten berekend zijn, meerjarig overschreden worden. Omdat het consequenties heeft als de macronorm overschreden wordt, is het voor afzonderlijke overheden van belang om meerjarig op de individuele referentiewaarden te sturen.

Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt daarom in het nieuwe BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een geprognosticeerde balans opgenomen en de berekening van het aandeel in het EMU-saldo. Met het opnemen van een geprognosticeerde balans krijgen het provinciebestuur en de gemeenteraad meer inzicht in de ontwikkeling van investeringen, het gebruik van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte. De geprognosticeerde balans voor het begrotingsjaar en de meerjarenraming moet ten minste de posten bevatten die nodig zijn om er het EMU-saldo eenduidig uit af te kunnen leiden. Verder moet de geprognosticeerde balans aansluiten op de balans in de jaarrekening, maar deze behoeft niet dezelfde mate van detail te kennen. Op die manier kunnen het provinciebestuur en de gemeenteraad meer grip uitoefenen op het EMU-saldo, onder meer omdat zij de relatie met de referentiewaarden beter kunnen leggen.

Kapitaallastenratio
De kapitaallastenratio bestaat uit het totaal van afschrijvings- en rentelasten (van schulden van investeringen) uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal. Niet alleen het aangaan van schuld leidt tot lasten die de flexibiliteit van de begroting negatief beïnvloeden. Het geldt ook voor investeringen. Investeringen leiden tot kapitaallasten die gedurende de afschrijvingstermijn van de investering als last op de begroting drukken. Daardoor neemt de flexibiliteit van de begroting af. De afschrijvingstermijn varieert van vijf tot veertig jaar. Er geldt geen wettelijke of andere norm voor deze ratio.

Kapitaallastenratio

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

Rentelasten

67

62

62

60

Afschrijvingen

181

132

114

133

Saldo

248

194

176

193

Totale baten (exclusief mutatie reserves)

3.290

3.054

3.260

3.294

* Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

Kengetal grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhoudt tot de totale jaarlijkse baten van de gemeente jaarlijks. De totale baten zijn niet alleen de baten vanuit de grondexploitaties, maar álle van de gemeente. De boekwaarde van de grondexploitaties is negatief. Dat komt doordat de gemeente in het verleden verliezen heeft genomen op de grondexploitaties. Hierdoor is het kengetal grondexploitaties negatief. Een negatief kengetal betekent dat er geen boekwaarde is die moet worden terugverdiend door verkoop van grond. De gemeente loopt volgens de actuele kaders geen risico op de voorraden grond. Bij gelijkblijvende of verbeterende economisch omstandigheden zal dit beeld de komende jaren vergelijkbaar zijn.

Grondexploitaties, in mln euro's, balansstanden per ultimo *

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 **

Rekening
2015

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

10

3

0

9

Bouwgronden in exploitatie

-160

-160

-173

-157

Saldo

-149

-157

-173

-148

Totale baten (exclusief mutatie reserves)

3.290

3.054

3.260

3.294

* Voor 2013 en 2014 betreft het de standen van 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

** Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.