Pijler weerbaarheid

De centrale vraag in de pijler weerbaarheid is of er voldoende buffers zijn om de geïnventariseerde risico's en/of andere onvoorziene tegenvallers op te vangen. Een exact sluitende begroting zonder financiële buffers betekent dat elke financiële tegenvaller dwingt tot direct ingrijpen in de begroting. En dus ook in het gemeentelijke beleid. De begroting moet immers sluiten. Als indicatoren voor de weerbaarheid gebruiken we het weerstandsvermogen en de weerstandsratio. In deze pijler is daarnaast de solvabiliteitsratio relevant: deze geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is het totaal van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het einde van de collegeperiode minimaal € 160 mln bedraagt.

Weerstandsvermogen, in mln euro's, jaar ultimo

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

Algemene reserve

46

110

112

136

Financieringsreserve

76

69

67

67

Kredietrisicoreserve

22

54

56

58

* Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

Ten opzichte van de laatste raming (Tweede Bestuursrapportage 2015) is het weerstandsvermogen toegenomen, vooral door de verbetering van het exploitatieresultaat in de Actualisatiebrief 2015. Er is nog geen rekening gehouden met eventuele toevoeging van een deel van het rekeningresultaat 2015 aan de algemene reserve.

Weerstandsratio

De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door álle reserves, tenzij er juridische verplichtingen zijn aangegaan, plus de stille reserves en de eventuele onbenutte belastingcapaciteit. Deze onbenutte belastingcapaciteit wordt op nul geraamd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, worden de risico's geïnventariseerd en in een risicocumulatiemodel ingevoerd. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat de weerstandsratio aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4 bedraagt.
De weerstandsratio ultimo 2015 is verbeterd ten opzichte van de laatst gepresenteerde stand in de Tweede Bestuursrapportage 2015. Enerzijds zijn de beschikbare reserves toegenomen doordat er minder is onttrokken dan geraamd. Vooral de investeringen ten laste van de bestemmingsreserves IFR (Investeringsfonds Rotterdam), ISV (investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing), NPRZ (Nationaal Programma Rotterdam Zuid) en Infrastructuur zijn lager dan was geraamd. Anderzijds zijn de risico’s afgenomen. Het gaat vooral om het vervallen van de risico's bij de precariobelasting en het Individueel Keuzebudget. Dit laatste risico heeft zich daadwerkelijk voorgedaan en de budgettaire effecten daarvan worden meegenomen in de Kaderbrief 2016. Ook zijn de risico's bij de gedecentraliseerde zorgtaken en de grondexploitaties kleiner geworden.

Weerstand, in mln euro's, jaar ultimo

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 *

Rekening
2015

Beschikbare weerstandscapaciteit

684

710

591

797

Benodigde weerstandscapaciteit

306

290

286

252

* Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat een nadere toelichting op het weerstandsvermogen en de weerstandsratio.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten.

Solvabiliteit, in mln euro's, balansstanden per ultimo *

Rekening
2013

Rekening
2014

Begroting
2015 **

Rekening
2015

Eigen vermogen

1.113

1.140

914

1.208

Balanstotaal

4.258

4.286

4.165

4.253

* Voor 2013 en 2014 betreft het de standen van 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

** Betreft de stand Tweede Bestuursrapportage 2015, laatst aan de Raad gepresenteerde stand van dit kengetal.