Achtergrond houdbare gemeentefinanciën

Een sluitende meerjarenbegroting vormt de basis voor houdbare gemeentefinanciën. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat er tegenover alle lasten op de begroting ook voldoende baten staan. Vereist is dat de gemeente bij financiële tegenslag voldoende mogelijkheden heeft om de klappen te kunnen opvangen.

De houdbaarheid van de gemeentefinanciën heeft twee aspecten:

1. Voldoende weerbaarheid. Het betreft de mogelijkheden om op korte termijn financiële klappen te kunnen incasseren zonder direct in de begroting en daarmee de beleidsambities te hoeven ingrijpen.
2. Voldoende flexibiliteit van de begroting. Het betreft de snelheid waarmee de lasten kunnen worden verlaagd en de baten kunnen worden verhoogd om zo financiële klappen te kunnen opvangen. De flexibiliteit van de begroting (ook wel wendbaarheid genoemd) wordt beperkt door verplichtingen die voor meerdere jaren zijn of worden aangegaan. Het gaat dan om bijvoorbeeld verplichtingen als gevolg van gemeentelijke schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen, apparaatslasten, beheer- en onderhoudslasten.

De gemeenteraad kan worden ondersteund bij het maken van afwegingen door inzicht te geven in weerbaarheid en flexibiliteit door gebruik te maken van sturingsvariabelen, oftewel kengetallen.

De regels voor het opstellen van de gemeentebegroting en de jaarrekening zijn beschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording. Deze regels zijn in 2015 vernieuwd en schrijven het opnemen van een aantal kengetallen voor. Onderstaande tabel geeft aan welke sturingsvariabelen worden gepresenteerd (tussen haakjes wordt aangegeven of de sturingsvariabele onderdeel uitmaakt van de verplichte set van kengetallen van het BBV).

Sturingsvariabelen Houdbare Rotterdamse Gemeentefinanciën

Weerbaarheid

Flexibiliteit: Saldo begroting

1a. 

Weerstandsvermogen

2a. 

Saldo van baten en lasten

1b. 

Weerstandsratio

2b. 

Saldo van structurele baten en lasten (BBV)

1c. 

Solvabiliteitsratio (BBV)

2c.

Belastingcapaciteit (BBV)

Flexibiliteit: Schuld

2d.

Netto schuldquote (BBV)

2e.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (BBV)

2f.

Kasgeldlimiet

2g.

Renterisiconorm 

Flexibiliteit: Investeringen

2h.

EMU-saldo

2i.

Kapitaallastenratio

2j. 

Kengetal grondexploitaties (BBV)

Financiële positie

De uitkomst van één individueel kengetal zegt niet zo veel over de financiële positie van de gemeente Rotterdam. Daarom is het raadzaam de kengetallen in samenhang te bekijken. Door de kengetallen in samenhang te bezien, ontstaat er een totaalbeeld op grond waarvan het mogelijk is uitspraken te doen over de financiële positie van Rotterdam.

Eind 2015 is de gemeente Rotterdam voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Zowel het weerstandsvermogen als de weerstandsratio zijn ruim boven de norm die dit college zichzelf gesteld heeft. De rekening is in structurele zin meer dan sluitend. Dit betekent dat de structurele lasten volledig gedekt zijn door structurele baten. Het risico op de korte schuld is binnen de kasgeldlimiet gebleven en het risico op de vaste schuld is onder de risiconorm gebleven. Deze normen zijn vastgelegd in de wet Financiën decentrale overheden (Wet Fido). Het risico dat het begrotingsevenwicht in gevaar kan komen als gevolg van grote fluctuaties in de korte en lange rente is daarmee zeer beperkt.

Daarnaast is de gemeente Rotterdam eind 2015 voldoende flexibel. Meerjarig gezien is de netto schuldquote iets afgenomen. Dit komt onder meer door de toename van de reserves en de daardoor lagere financieringsbehoefte. De toename van reserves heeft bij de realisatie van het EMU-saldo eveneens een positief effect. Een belangrijk aandachtspunt blijft echter het planningsoptimisme in de raming van de investeringen en de ontwikkeling van de reserves. Tot slot is de kapitaallastenratio 0,6%-punt lager geworden dan in 2014. Hiermee is de begroting meer flexibel geworden.