Aanbiedingsbrief

Rotterdam verdient het

Deze maanden Viert Rotterdam de Stad. Met veelvormige culturele manifestaties viert Rotterdam 75 jaar wederopbouw en kijkt Rotterdam vooruit. Ondernemers, onderwijzers, vaders en moeders, buurtwerkers, winkeliers, kunstenaars, architecten, bouwers, ambtenaren en nog heel veel andere Rotterdammers hebben met hart en ziel aan de stad gebouwd. Rotterdammers maken Rotterdam en met succes! Tegelijkertijd is er ook nog het verhaal van Rotterdammers die nog niet profiteren van de positieve ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Zo zijn er bijvoorbeeld nog veel te veel stadsgenoten afhankelijk van een bijstandsuitkering en gaan er nog te veel kinderen met een taalachterstand naar het basisonderwijs.

We staan als stad voor stevige opgaven. Een paar voorbeelden: De decentralisatie van bijvoorbeeld de zorgtaken vraagt nog altijd veel energie, van bestuurders maar vooral van Rotterdammers en van medewerkers van zorginstellingen en onze eigen medewerkers. De stad en de haven zullen in rap tempo duurzamer moeten worden. De woningvoorraad Rotterdam moeten we toekomstbestendig maken. Dat betekent dat er meer woningen bij moeten en dat we de bestaande woningen moeten verduurzamen. Wijken moeten aantrekkelijk blijven en worden. Ook de bereikbaarheid van Rotterdam vraagt een stevige inzet en we hebben nog steeds een forse uitdaging op Zuid. Rode draad bij alle opgaven is dat we het aanpakken van die opgaven steeds samen met partners in en buiten de stad doen.

De vraag die mij als wethouder financiën voortdurend bezig houdt, is hoe we ervoor zorgen dat Rotterdam voor al die opgaven voldoende geld in de knip heeft en krijgt. Simpel is dat namelijk niet. De afgelopen tijd is er veel veranderd. De economische ontwikkeling vanaf 2008 heeft de regering, maar ook ons, gedwongen tot ingrijpende bezuinigingen. Middelen die gemeenten van het Rijk kregen zijn weggevallen. Doordat het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing opdroogt is er geen extra geld meer voor pracht- en krachtwijken. Ook zijn we er, net als andere grote steden, op achteruitgegaan bij de verdeling van verschillende rijksbudgetten. En dat terwijl we naast de hierboven genoemde opgaven ook ‘gewoon’ onze dagelijkse dingen moeten doen: straten schoonhouden, wegen onderhouden, mensen naar werk begeleiden, zorg regelen voor hen die het nodig hebben, gymzalen en speeltoestellen onderhouden en meer van dergelijke zaken.

Hoe zorgen we ervoor dat we voldoende geld hebben om te blijven investeren? Eén ding lijkt me zeker: we gaan niet bij de pakken neerzitten en moeten veel creatiever worden en meer lef tonen. Financiën op zijn Rotterdams dus. Als gemeente hebben we letterlijk en figuurlijk veel bezit, onder andere in aandelen. We moeten de discussie met elkaar durven aangaan hoe met ons bezit om te gaan. Is het een begaanbare weg om een deel om te zetten in geld, en dat geld verstandig weg te zetten, bijvoorbeeld in nieuwe financieringsvormen? En kunnen we dan het bedrijfsleven, zoals pensioenfondsen, vragen in die fondsen deel te nemen? Nu nog is er regelgeving die belemmerend werkt. Maar we hebben als Rotterdam eerder laten zien dat we het experiment aandurven én dat we daarvoor de nodige steun van bijvoorbeeld het Rijk kunnen krijgen.

Hefboombudgetten kunnen we nog veel vaker inzetten als instrument om dingen voor elkaar te krijgen. Het werkt zo: voor elke 100.000 euro die het gemeentebestuur voor een activiteit beschikbaar stelt, bijvoorbeeld het opknappen van een wijk of verbetering van de bereikbaarheid van een bedrijventerrein, leggen bedrijven of andere organisaties het dubbele of zelfs meer dan dat erbij. We hebben er al ervaring veel mee en we profiteren er allemaal van. Bovendien bewijzen Rotterdamse bewoners en ondernemers keer op keer dat zij veel initiatief hebben en het ook graag nemen. Denk aan de buitenruimte van het University College, aan Speelstad en aan het CIC.

Voor mij is dus één ding duidelijk. Afwachten en niks doen is geen optie. We moeten met elkaar het gesprek aangaan over hoe we de stad van en in de toekomst kunnen betalen en blijven betalen. En met ‘we’ bedoel ik hier niet alleen het stadsbestuur en de gemeenteraad. Ik wil met veel meer partijen hierover in gesprek, met al die partijen die de stad maken. Dat is niet niks. Want een gesprek een huishoudboekje nieuwe stijl is niet eenvoudig. Dan gaat het ook over wie int, wie bepaalt en wie betaalt. Maar het gaat ons allemaal aan! En daarmee kom ik bij deze Jaarrekening 2015.

In deze jaarrekening geeft het College een verantwoording van de manier waarop het in 2015 met het geld van de gemeente is omgegaan: de inkomsten en uitgaven, de reserves en zo meer. Ik vind dat de conclusie mag zijn: we hebben het goed gedaan. Onze accountant heeft de jaarrekening gecontroleerd en goedgekeurd. Het is goed dat we met deze jaarrekening, zoals ieder jaar, de gemeenteraad én andere geïnteresseerden inzicht geven in hoe de gemeente met haar geld is omgegaan.

Deze jaargang is anders dan voorgaande jaargangen. Rotterdam maakt werk van het transparant maken van haar begroting. We hebben behoorlijke stappen gezet in het inzichtelijk en gebruiksvriendelijk maken van de teksten van de grote financiële stukken als de jaarrekening en begroting. Daar gaan we mee door. De jaarrekening is, net als de begroting, ook online beschikbaar voor iedereen die geïnteresseerd is. Zo maken we steeds stappen. Want Rotterdam staat nooit stil. Ook niet als het gaat over de vraag hoe we de komende jaren voldoende middelen kunnen verwerven om de juiste dingen te doen voor deze stad. Rotterdam verdient het!

Adriaan Visser
Wethouder Financiën