Kredietrisicobeheer

Berekening benodigd solvabiliteitsbeslag per ultimo 2015

Gegarandeerd bedag

Solvabiliteits-beslag

Achtervang waarborgfondsen

11.464.129

pm

Garanties t.b.v. particulieren

57.158

1.328

Garanties t.b.v. rechtspersonen

136.661

26.266

Verstrekte leningen

964.384

15.633

Totaal benodigd solvabiliteitsbeslag

12.622.332

43.227

Voor het kredietrisicobeheer berekent de gemeente de gewenste hoogte van de buffer die moet worden aangehouden om de risico’s op wanbetaling van de betreffende geldnemers te kunnen opvangen. Dit wordt het solvabiliteitsbeslag genoemd. In 2012 is de kredietrisicoreserve ingesteld om de risico’s te kunnen afdekken. Bij leningverstrekking of garantieverlening dient eenmalig een bedrag te worden gestort voor de dekking van de risico’s. Daarnaast dient een door de geldnemer betaalde renteopslag of garantiepremie als voeding voor de kredietrisicoreserve. In de afgelopen jaren is de kredietrisicoreserve door aanvullende stortingen op niveau gebracht.
Er wordt naar gestreefd om voor de achtervang in de waarborgfondsen (WEW en WSW) in 2016 een systematiek vast te stellen waarmee op een eenduidige wijze het risico van de achtervangpositie voor de gemeente is te bepalen. Tot dat moment staat deze post nog als pm bij de berekening van het benodigde solvabiliteitsbeslag.
Voor garanties aan particulieren baseert de gemeente zich op de richtlijnen die gelden voor banken. Rekening houdend met het feit dat het Rijk de helft van eventuele verliezen afdekt, is het benodigde solvabiliteitsbeslag hiervoor € 1,3 mln. Met behulp van een kredietrisicomodel is berekend dat een bedrag van minimaal € 26,3 mln zou moeten worden gereserveerd om de risico’s van garantieverlening voor rechtspersonen te kunnen opvangen en € 15,6 mln voor de risico’s die samenhangen met de leningverstrekking. De kredietrisicoreserve is in ieder geval toereikend om de berekende risico’s (€ 43,2 mln) te kunnen dekken. Pas als de gemeente ook een goede inschatting kan maken van de risico’s die samenhangen met de achtervang in de waarborgfondsen, kan worden vastgesteld of de kredietrisicoreserve toereikend is.