Grondzaken

Baten en lasten incl. reserveringen

Oorspronkelijke
begroting
2015

Bijgestelde begroting
2015

Realisatie
2015

Verschil

 Grondzaken

Baten

119.453

97.026

65.429

-31.597

Lasten

120.156

87.615

3.462

-84.153

De saldi in bovenstaande tabel zijn inclusief mutaties van bestemmingsreserves en wijken derhalve af van de saldi totaal baten en totaal lasten van onderstaande tabel

Resultaat na reservering

Realisatie
2014

Bijgestelde
begroting
2015

Realisatie
2015

Verschil
Realisatie 2015
vs
Bijgestelde
begroting
2015

 Grondzaken

Bijdragen rijk en mede-overheden

15.084

37.758

-26.938

-64.696

Financieringsbaten

374

0

92

92

Opbrengsten derden

31.573

37.303

9.976

-27.327

Overige baten

-12.195

-71.319

33.954

105.273

Apparaatslasten

9.116

5.878

5.258

-620

Inhuur

981

980

848

-132

Overige apparaatslasten

312

476

214

-262

Personeel

7.823

4.422

4.196

-226

Interne Lasten

14.760

15.031

8.208

-6.823

Concernbrede bedrijfsvoeringskosten

3.881

3.335

3.335

0

Overige doorbelastingen

10.879

11.696

4.873

-6.823

Programmalasten

43.259

66.706

-10.004

-76.710

Inkopen en uitbestede werkzaamheden

27.947

51.348

-17.282

-68.630

Kapitaallasten

-4.748

-7.082

-5.887

1.195

Overige programmalasten

19.978

22.440

13.102

-9.338

Subsidies en inkomensoverdrachten

82

0

63

63

Onttrekking aan reserves

71.584

83.684

38.745

-44.939

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Economie gebieden

0

10

0

-10

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Infrastructuur

59.981

6.000

4.057

-1.943

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Inrichting Buitenruimte gebieden

29

372

0

-372

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Investeringen Rozenburg

1.056

2.150

1.696

-454

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam (IFR)

10.032

54.792

17.758

-37.034

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve ISV-3

-44

18.560

13.879

-4.681

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Maatschappelijke Participatie gebieden

0

365

355

-10

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Nationaal Programma Rotterdam Zuid

0

1.435

1.000

-435

Onttrekking Bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Taakmutaties Gemeentefonds

530

0

0

0

SR Onttrekking bestemmingsreserve -nvt

0

0

0

0

Vrijval reserves

0

9.600

9.600

0

Vrijval bestemmingsreserve -Bestemmingsreserve Infrastructuur

0

9.600

9.600

0

Resultaat

39.285

9.411

61.967

52.556

Toelichting afwijkingen

Toelichting afwijkingen

Baten

Lasten

Saldo

1. Baten en lasten grondexploitaties (GU, GV, PD)

-19.451

-19.451

0

2. Resultaatnemingen

24.028

0

24.028

3. Terugdraaien onttrekkingen reserves

26.231

0

26.231

4. Reclassificatie grondexploitaties

-63.902

-63.902

0

5. Voorziening Grondbank Zuidplaspolder

5.706

0

5.706

6. Diversen

-4.209

-800

-3.409

Afwijkingen in onttrekkingen aan reserves

7. Lagere onttrekking IFR

-37.036

0

-37.036

8. Lagere onttrekking ISV

-4.681

0

-4.681

9. Lagere onttrekking Nationaal Programma Rotterdam Zuid

-435

0

-435

10. Lagere onttrekking Bestemmingsreserve Investeringen Rozenburg

-454

0

-454

11. Lagere onttrekking bestemmingsreserve Infrastructuur

-1.943

0

-1.943

12. Lagere onttrekking reserve Maatschappelijke Participatie Gebieden

-10

0

-10

13. Lagere onttrekking reserve Inrichting Buitenruimte Gebieden

-372

0

-372

14. Lagere onttrekking reserve Economie Gebieden

-10

0

-10

15. Balansmutaties in relatie tot bestemmingsreserves

44.941

0

44.941

Totaal

-31.597

-84.153

52.556

Gebruikte afkortingen:
GU    = Grondexploitatie in Uitvoering
GV   = Grondexploitatie in Voorbereiding
PD   = Projecten Derden
PR    = Projecten Ruimtelijk

1
.Baten en lasten grondexploitaties
De gerealiseerde baten en lasten zijn lager dan begroot.
Dit wordt ten eerste veroorzaakt door de gemaakte keuzes rondom budgetsturing. Budgetsturing vereist dat voor een volledige verplichting budget beschikbaar is, ook als deze over meerdere jaren wordt verspreid, zoals bij een aanbesteding. Op portefeuilleniveau wordt getracht deze budgetovermaat te beperken, maar de overmaat is nooit helemaal te voorkomen.
Een tweede oorzaak is de bewuste keuze om in de grondexploitatieportefeuille rekening te houden met overprogrammering (circa 30%) om te zorgen dat er voldoende planaanbod is om in een jaar aan de vraag te kunnen voldoen. Deze overprogrammering (hogere raming) vertaalt zich in een verhoudingsgewijze even grote verhoging van de investeringen als van de desinvesteringen.
Voor het resultaat is deze afwijking ten opzichte van de begroting saldoneutraal, omdat de niet gerealiseerde baten en lasten doorschuiven naar het volgende jaar.

2. Resultaatnemingen grondexploitaties
De resultaatnemingen zijn op te delen in winstnemingen, verliesnemingen en mutaties in de voorzieningen. In onderstaande tabel wordt per type resultaatneming het verschil tussen begroting en realisatie gepresenteerd. Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde resultaatnemingen bedraagt € 24.028

De verschillen worden per onderdeel toegelicht.

2.1 Winstnemingen
In de begroting 2015 zijn de winstnemingen op grondexploitaties geraamd op € 1.500. In 2015 is in totaal € 47.771 winst genomen. Dit resultaat is € 46.271 meer dan begroot. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de gerealiseerde winstnemingen.

Van de totale winstneming van € 47.771 is voor een bedrag van € 1.578 aan winst genomen in verband met het gereed melden van grondexploitaties. Er is voor een bedrag van € 16.112 aan tussentijdse winst genomen op grondexploitaties die nog onderhanden zijn, conform de in de financiële verordening vastgelegde systematiek.

Daarnaast is éénmalig resultaat genomen voor een bedrag van € 30.081 in verband met het effect van herziene interpretatie van BBV-regelgeving.

2.2 Verliesnemingen
Bij afsluiting van een grondexploitatie wordt het eventuele tekort in de grondexploitatie verwerkt. Indien voor dit tekort een voorziening is getroffen, zal het tekort op de voorziening worden afgeboekt.

Voor alle verliezen, dus zowel de waarschijnlijke als de onvermijdbare verliezen, in de actieve grondexploitaties wordt een voorziening getroffen. Het verwachte verlies wordt dus niet in de grondexploitatie verwerkt.
Geboekte verliezen zijn hiermee herstelbaar en de prikkel om negatieve financiële resultaten te verbeteren blijft hierdoor in de grondexploitatie aanwezig.

In de afgelopen decennia tot en met 2015 is op de grondexploitaties die tot en met 2015 actief waren € 409 mln. verlies genomen. Dit betreft een daling in 2015 van € 46 mln. ten opzichte van de historische verliezen per ultimo 2014 (€ 455 mln.). Deze daling wordt verklaard door:

  • historische verliezen op in 2015 gereed gemelde grondexploitaties € 15,5 mln.
  • opschoning van de historische resultaatnemingen waarbij voor een bedrag van € 30,6 mln. is gereclassificeerd van resultaatnemingen naar gemeentelijke bijdragen.

In de begroting van 2015 zijn de verliesnemingen op grondexploitaties en projecten geraamd op € 3.600. In 2015 is in totaal in de grondexploitaties en projecten € 4.963 verlies genomen en zijn de voorzieningen (exclusief toegerekende rente) per saldo met € 20.880 toegenomen. Zie voor details van de voorzieningen het onderdeel voorzieningen verderop in deze toelichting.
De mutaties in de voorziening leiden niet tot een verliesneming in de grondexploitaties en projecten.
Per saldo bedraagt de afwijking tussen begrote en gerealiseerde verliesnemingen en mutaties voorzieningen € 22.243. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van deze negatieve afwijking.


2.3 Voorzieningen Grondexploitaties
In onderstaande tabel is een specificatie van de voorzieningen opgenomen. Na het overzicht wordt per voorziening een toelichting gegeven.

A Voorziening negatieve grondexploitaties in uitvoering (€ 44.507)
De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties in uitvoering (GU-plannen) is € 27.637 toegenomen en bedraagt € 44.507. De toename van € 27.637 bestaat voor € 3.927 aan onttrekkingen vanwege het liquideren van grondexploitaties waarvoor een voorziening was getroffen. Dit betreft onder andere de liquidatie van de grondexploitatie Kralingen-Crooswijk Kleine Bouwlocaties en Spoorzone Zuid. Voorts is voor € 3.087 (incl. toegevoegde rente) aan planoptimalisatie bereikt in plannen waarvoor eind 2014 nog een voorziening nodig was en per 31-12-2015 niet meer.
Onttrekkingen aan reserves worden niet meer in mindering gebracht op de boekwaarde van de grondexploitaties en niet meer in de grondexploitaties geraamd. Voor diverse grondexploitaties betekent dit dat een verliesvoorziening moet worden getroffen. Hiervoor is een bedrag van € 36.257 aan de voorziening gedoteerd, waarvan € 28.727 via de exploitatie en € 7.531 via een balansverschuiving.
De voorziening kan ingezet worden om het tekort op verliesgevende grondexploitaties in uitvoering te dekken. Hieronder is een overzicht opgenomen van de grondexploitaties waarvoor deze voorziening is getroffen. De grondexploitaties waarvoor een voorziening is getroffen i.v.m. niet meer direct onttrekken aan bestemmingsreserves worden apart benoemd.

Correctie i.v.m. het niet meer direct onttrekken aan reserves:

B.   Voorziening woningbouw (€ 6.167)
Voor het stedelijke woningbouwprogramma is op basis van actuele trends en ontwikkelingen een inschatting gemaakt van de verwachte marktvraag. In het basisscenario, dat uitgaat van de reële, effectieve marktvraag, wordt op stedelijk niveau uitgegaan van de start van circa 1.500 (in 2016) tot 2.000 woningen (in 2020) per jaar. In het verleden landde 50% van deze vraag bij particuliere projecten en 50% bij projecten met een gemeentelijke grondexploitatie. Verwacht wordt dat de komende jaren, gerelateerd aan het hogere particuliere aanbod, het percentage dat in particuliere projecten landt, toeneemt. Getracht is om het planaanbod meer af te stemmen op deze verwachtte vraag. In het woningbouwprogramma moet echter wel rekening worden gehouden met een benodigde overmaat van ca. 30% (in verband met verwachte uitval van plannen).

De voorziening woningbouw die nodig is om de overmaat in de programmering financieel af te dekken is berekend op gebiedsniveau. De financiële vertaling van de overmaat naar gebieden ziet er als volgt uit:

Feijenoord

€ 3.648

Prins Alexander

€    915

Hoogvliet

€    752

Delfshaven

€    725

Stadscentrum   

€    127

Totaal

€ 6.167

De te treffen voorziening komt uit op € 6.167. Gecorrigeerd voor rente resulteert dit in een dotatie aan de voorziening Woningbouw van € 2.668.

De stijging van de voorziening vloeit voort uit een toename van het aantal woningen op met name Katendrecht. Er is, vanwege de toenemende populariteit van Feijenoord/Katendrecht, een reële kans dat het hoge marktvraagscenario kan worden gerealiseerd, maar voorzichtigheidshalve wordt hier financieel nog geen rekening mee gehouden.

C   Voorziening verlegregeling (€ 13.960)
Op 1 april 2006 is de Leidingverordening (LV) in werking getreden. In de LV is een regeling vastgelegd omtrent de aanleg, het houden, het onderhoud, de exploitatie en het verwijderen en verleggen van leidingen in de openbare ruimte. Op dezelfde datum is de Verlegregeling (VR) in werking getreden. De VR is een nadeelcompensatieregeling. Die regelt de vergoeding van schade van leidingexploitanten, wanneer die een leiding moet verwijderen of verleggen voor een werk. Sinds de inwerkingtreding van de LV en VR bestaat er tussen de leidingexploitanten en de gemeente discussie over de toepasselijkheid en de toepassing van de LV en VR.
De discussie heeft geleid tot een civiele- en bestuursrechtelijke procedure tussen Eneco en de gemeente Rotterdam. Daarnaast heeft Eneco op alle aanwijzingsbesluiten van de gemeente bezwaarschriften ingediend.

Voor projecten die al zijn uitgevoerd, en waarop door Eneco op een aanwijzingsbesluit van de gemeente een bezwaarschrift is ingediend dan wel ingediend gaat worden wordt een voorziening getroffen. De voorziening wordt jaarlijks verhoogd met de wettelijke rente. In 2015 is derhalve per saldo een bedrag van € 523 gedoteerd. De voorziening bedraagt € 13.960.

D   Voorziening verliesgevende grondexploitaties in voorbereiding (€ 5.218)
De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties in voorbereiding (GV-plannen) is met een bedrag van € 1.232 afgenomen en bedraagt € 5.218. Deze voorziening kan ingezet worden om het tekort op verliesgevende grondexploitaties in voorbereiding te dekken. Hieronder is een overzicht opgenomen van de grondexploitaties in voorbereiding waarvoor deze voorziening is getroffen.

E Voorziening Ruimtelijke plannen (€ 0)
De voorziening voor verliesgevende ruimtelijke plannen (PR-plannen) is in 2015 volledig vrijgevallen i.v.m. een aangepaste verwerkingswijze. De boekwaarde van de PR-plannen wordt met ingang van 1-1-2015 verrekend met een onttrekking aan de bestemmingsreserve PR-plannen.

Naast de bovengenoemde voorzieningen, die onderdeel uitmaken van balanspost Voorraden, is ook een voorziening getroffen voor een mogelijke afboeking van de gronden van de grondbank. Dit is echter geen voorziening die als correctie op de balanspost Voorraden wordt gepresenteerd. Deze voorziening wordt gepresenteerd onder de balanspost Voorzieningen aan de passivazijde van de balans. Omdat deze voorziening wel een relatie heeft met de activiteiten in de grondexploitaties wordt de voorziening hier ook kort toegelicht.

3. Terugdraaien onttrekkingen reserves
Onttrekkingen aan reserves worden niet meer in mindering gebracht op de boekwaarde van de grondexploitaties en niet meer in de grondexploitaties geraamd. Voor diverse grondexploitaties betekent dit dat een verliesvoorziening moet worden getroffen. Het vormen van de verliesvoorziening wordt gecompenseerd door het inzetten van de in de reserves beschikbare middelen. Dit leidt tot een bate van € 26.231 als tegenhanger van de verliesneming i.v.m. het treffen van de voorziening.

4. Reclassificatie grondexploitaties

De gebiedsontwikkeling van Hart van Zuid en grondexploitatie PMR 150ha zijn ten opzichte van de jaarrekening 2014 gereclassificeerd. Hart van Zuid is gereclassificeerd als exploitatieproject en PMR 150 ha als investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Aangezien de reclassificatie niet is opgenomen in de begroting leidt dit tot forse afwijkingen aan zowel de baten- als de lastenkant van € 63,9, waarvan € 58,8 mln betrekking heeft op 2014 en eerder. Per saldo is er geen resultaatseffect. Deze reclassificatie is in de balans nader toegelicht onder bouwgronden in de exploitatie.

5. Voorziening Grondbank Zuidplaspolder
Ultimo 2010 is een voorziening gevormd voor een mogelijke afboeking van de gronden van de grondbank. Als de gronden niet binnen afzienbare tijd ontwikkeld kunnen worden, zal de huidige boekwaarde moeten worden afgeboekt naar de marktwaarde op basis van het bestemmingsplan. Omdat de gemeente Rotterdam voor 40% aan de gemeenschappelijke regeling deelneemt, is ultimo 2015 een voorziening benodigd van € 9,2 mln. Hierdoor is in 2015 € 5,7 mln. vrijgevallen

6. Diversen

Het resterende verschil van € 3.410 kent meerdere oorzaken. De meeste oorzaken zijn incidenteel van aard. Het betreft lagere dekking door lagere vaste en tijdelijke bezetting dan begroot (€ 779), vrijval van diverse transitoria (€ 1.453) en vrijval voorziening dubieuze debiteuren (€ 809).

7. Lagere onttrekking IFR
Voor het project Hart van Zuid is een betalingsritme vastgesteld voor de bijdragen vanuit het IFR. Op 1 januari van elk jaar wordt de afgesproken bijdrage aan het project overgemaakt. Op 31 december wordt op basis van de gerealiseerde kosten het niet gebruikte deel van de bijdrage teruggestort in het IFR. Om deze constructie mogelijk te maken, moet de volledige onttrekking worden begroot. Dit leidde in 2015 tot een forse afwijking tussen de begrote en gerealiseerde onttrekking van € 37.831.
Voor het project Sportcampus geldt dat het omleggen van het hoofdleidingenpakket is doorgeschoven naar 2016, onderhandelingen met verenigingen nog lopen waardoor er geen uitbetaling plaatsvindt en tot slot de uitvoering woonrijp maken en het eerste deel campusweg zijn vertraagd. Dit leidt tot een lagere onttrekking aan het IFR dan begroot van € 4.156. Deze in 2015 geraamde kosten worden in 2016 gemaakt en leiden in 2016 tot een onttrekking aan het IFR.

8. Lagere onttrekking ISV
Voor diverse aanbestedingen was geraamd dat de kosten in 2015 werden gemaakt. De aanbestedingen hebben wel plaatsgevonden, maar leiden tot kosten in 2016. Dit betreft onder andere de projecten Schieoevers en Paradijslaan.
Voor Motorstraat heeft in 2015 een uitgifte plaatsgevonden, waardoor in 2015 geen beroep wordt gedaan op de begrote bijdrage van € 1.500
Voor bodemsanering heeft in 2015 een forse inhaalslag plaatsgevonden in het verantwoorden van de ISV-bijdragen op de betreffende projecten. De inhaalslag was te optimistisch begroot wat leidt tot een afwijking ten opzichte van de begroting van € 1.400. In 2016 zal de ingezette inhaalslag worden door gepakt.

9. Lagere onttrekking NPRZ
De bijdrage voor het project 2e Carnissestraat vanuit reserve NPRZ wordt pas in 2016 beschikt. De begrote onttrekking kan derhalve niet in 2015 worden gerealiseerd, maar pas in 2016.

10. Lagere onttrekking Bestemmingsreserve investeringen Rozenburg
Door fasering van de werkzaamheden is niet het volledige begrote bedrag in 2015 onttrokken.

11. Lagere onttrekking bestemmingsreserve Infrastructuur
Door een bijdrage vanuit het project Kruisplein aan het project Rotterdam CS is voor het project Rotterdam CS minder onttrokken in 2015 dan begroot.

12. Lagere onttrekking reserve Maatschappelijke Participatie Gebieden
De kosten zijn € 8 lager uitgevallen dan vooraf begroot.

13. Lagere onttrekking bestemmingsreserve Inrichting Buitenruimte Gebieden
De aanbesteding voor de ontwikkelingen in Nesselande is vertraagd door aanpassingen in het initiële ontwerp. De werkzaamheden en de financiële afwikkeling vinden in 2016 plaats.

14. Lagere onttrekking reserve Economie Gebieden
De kosten zijn € 10 lager uitgevallen dan vooraf begroot.

15. Balansmutatie in relatie tot bestemmingsreserves
De afwijkingen in onttrekkingen uit de bestemmingsreserves leiden tot een lagere balansmutatie/opbrengstenstornering naar de balans in plaats van direct lagere lasten.