Vaste activa

Immateriële vaste activa
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio van leningen en de kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als lasten verantwoord in het jaar waarin zij gemaakt worden.

Materiële vaste activa met economisch nut
Geactiveerde investeringen in materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen het netto investeringsbedrag. Het netto-investeringsbedrag voor een geactiveerde investering met
een meerjarig economisch nut is het op verkrijgings- of vervaardigingsprijs gebaseerde bruto investeringsbedrag waarop de direct gerelateerde bijdragen van derden in mindering zijn gebracht.

Investeringen met een meerjarig economisch nut worden slechts geactiveerd als het bruto-investeringsbedrag € 0,1 mln of meer bedraagt,ongeacht de levensduur van het actief.

Bij de waardering van de commerciële vastgoedportefeuille is het uitgangspunt dat de koper de grond in eigendom verkrijgt en dat daarom geen erfpacht van toepassing is.

Voor de in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut betreffende gebiedsontwikkeling worden zonder voorafgaande toestemming niet geactiveerd. Daarvoor is derhalve geen generieke afschrijvingstermijn bepaald. De afschrijvingstermijnen die gelden voor bruggen, tunnels, wegen, viaducten, sluizen, monumenten, kunst, kademuren en glooiingen zijn opgenomen in de afschrijvingstabel zoals vermeld in de Verordening Financiën Rotterdam 2013.

Het netto-investeringsbedrag voor een geactiveerde investering in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijk nut is het op verkrijgings- of vervaardigingsprijs gebaseerde bruto-investeringsbedrag waarop de direct gerelateerde bijdragen van derden en bestemmingsreserves in mindering zijn gebracht. De vervaardigingsprijs omvat ook een redelijk deel van de toerekenbare indirecte vervaardigingskosten en de rentekosten over het vervaardigingstijdvak die aan de geactiveerde investering toegerekend kunnen worden.

Voor investeringsbedragen die zijn besteed tot en met 31 december 2016 wordt een rentepercentage van 4% per jaar gehanteerd; voor investeringsbedragen vanaf 1 januari 2017 is dat 3,5% per jaar.

Investeringen in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijk nut worden slechts geactiveerd als het niet als onderdeel van gebiedsontwikkeling is verworven of gesticht en als het bruto-investeringsbedrag € 0,1 mln of meer bedraagt, ongeacht de levensduur van het actief. Investeringen in gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

Afschrijvingstermijnen
De afschrijving vindt volgens de gemeentelijke voorschriften plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving gebeurt op lineaire basis, met uitzondering van voor verhuur bestemde bedrijfsgebouwen (zie hierna). Bij de berekening van de afschrijvingslasten wordt rekening gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

De ‘Bedrijfsgebouwen’ die zijn bestemd voor de verhuur worden niet lineair maar annuïtair afgeschreven naar gelang de verwachte levensduur met een maximum van veertig jaar. Hiervoor is gekozen vanaf 2010, zodat de huuropbrengsten gelijk lopen met de kosten (afschrijving en rente).

Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen (in jaren)

Gebouwen

10-40

Infrastructuur

10-50

Installaties

5-20

Voer- en vaartuigen

5-30

Hulpmateriaal

5-15

Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Verordening financiën Rotterdam 2013.

De afschrijving start in de maand na ingebruikname van het actief. De afschrijving van bedrijfsgebouwen bestemd voor de verhuur vangt aan in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. Voor de ‘Vervoermiddelen’ (leaseauto’s) geldt dat direct bij ingebruikname afschrijving plaats vindt. Dit houdt verband met het feit dat in de leasetermijnen (opbrengst) ook het afschrijvingsdeel is gedekt. Door deze systematiek zijn de afschrijvingskosten gelijk aan de dekking die in de leasetermijnen zit.

Voor software geldt een afschrijvingstermijn van vijf jaar. De concernbrede bedrijfsvoeringsystemen hebben echter een langere afschrijvingstermijn van tien jaar, omdat zij door hun complexiteit niet binnen een termijn van vijf jaar buiten gebruik zullen worden gesteld.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Waar van toepassing is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van nv’s en bv’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel daalt tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als zij voldoen aan artikel 61 van de BBV. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen minus de afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats overeenkomstig de Verordening Financiën Rotterdam 2013. De afschrijving start het jaar na ingebruikname van het actief.